Ga naar inhoud

Beleggen in een BV of privé: wat is voordeliger?

Beleggen in een BV of privé begint bij de vraag waar het vermogen nu staat. Over de winst die binnen de BV is opgebouwd, is eerst vennootschapsbelasting verschuldigd. Keert u deze winst daarna als dividend uit, dan betaalt u ook belasting in box 2. Hierdoor blijft er privé minder startkapitaal over dan wanneer u het vermogen binnen de BV belegt.

Toch is beleggen vanuit de BV niet automatisch voordeliger. Ook de beleggingsduur, het verwachte rendement, de totale belastbare winst van de BV en de omvang en samenstelling van het vermogen dat u al in box 3 heeft, bepalen bij welke route uiteindelijk het hoogste nettovermogen overblijft.

Er bestaat daarom geen algemeen omslagpunt voor beleggen in de BV of privé. In dit artikel leest u hoe beleggen in box 2 of box 3 fiscaal wordt behandeld en welke factoren u bij de vergelijking moet meenemen.

Hoe werkt beleggen via de BV of privé?

Voor een directeur-grootaandeelhouder (DGA) met vrij belegbaar vermogen in de BV draait de keuze meestal om het moment waarop belasting wordt betaald. Blijft het vermogen in de BV, dan wordt het beleggingsresultaat belast met vennootschapsbelasting. Box 2 komt pas in beeld wanneer u het vermogen later als dividend naar privé uitkeert.

Keert u het vermogen eerst uit en belegt u daarna privé, dan neemt het beschikbare startkapitaal direct af door de belasting in box 2. Het bedrag dat overblijft behoort vervolgens doorgaans tot uw vermogen in box 3.

Beleggen binnen de BV

Bij beleggen vanuit de BV kunnen rente, dividend, waardeveranderingen en andere beleggingsopbrengsten tot de belastbare winst behoren. De fiscale verwerking hangt af van het soort investering en het moment waarop een resultaat fiscaal wordt genomen.

De vennootschapsbelasting wordt berekend over de totale belastbare winst van de BV, dus niet alleen over het resultaat op de beleggingen. In 2026 bedraagt het tarief 19% over de belastbare winst tot en met €200.000 en 25,8% over het deel daarboven. Keert de BV het vermogen later als dividend uit naar privé, dan is daarnaast belasting in box 2 verschuldigd. In 2026 bedraagt het box 2-tarief 24,5% tot en met €68.843 en 31% over het deel daarboven.

Zolang het vermogen binnen de BV blijft, wordt de box 2-heffing uitgesteld. Hierdoor blijft tijdens de beleggingsperiode meer vermogen beschikbaar voor herinvestering. De belastingclaim verdwijnt niet: bij een latere uitkering naar privé moet alsnog in box 2 worden afgerekend.

Privé beleggen in box 3

Privébeleggingen behoren doorgaans tot het vermogen in box 3. In 2026 bedraagt het belastingtarief 36% over het berekende box 3-inkomen, niet over het volledige vermogen. Bij de standaardberekening gaat de Belastingdienst uit van fictieve rendementspercentages voor spaargeld, beleggingen en schulden.

Het heffingsvrije vermogen bedraagt in 2026 €59.357 per persoon en €118.714 met een fiscale partner. Bij schulden geldt een drempel van €3.800 per persoon en €7.600 met een fiscale partner. Alleen het deel van de schulden boven deze drempel wordt bij de forfaitaire berekening meegenomen.

U bent niet verplicht uw werkelijke rendement door te geven. Is dit lager dan het fictieve rendement, dan kunt u ervoor kiezen het wel op te geven. De Belastingdienst vergelijkt beide berekeningen en gebruikt de voordeligste uitkomst. Het doorgeven van uw werkelijke rendement kan daardoor niet tot een hogere box 3-heffing leiden.

De uiteindelijke box 3-heffing hangt ook af van uw spaargeld, overige bezittingen, schulden en een eventuele fiscale partner. Bekijk bij de Belastingdienst de actuele uitleg over de berekening van box 3 in 2026 en het doorgeven van het werkelijke rendement.

Wanneer is beleggen via de BV of privé aantrekkelijker?

Staat het vermogen al in de BV, dan wordt de vergelijking vooral bepaald door de beleggingsduur, het verwachte rendement en het vennootschapsbelastingtarief over het beleggingsresultaat.

Bij een langere beleggingsduur kan het uitstel van box 2 zwaarder wegen. Het bedrag dat anders direct aan belasting wordt betaald, blijft dan beschikbaar voor herinvestering binnen de BV. Hierdoor kan er langer rendement op rendement worden behaald over een hoger startkapitaal. Het jaarlijkse rendement hoeft daardoor doorgaans minder hoog te zijn voordat beleggen binnen de BV voordeliger uitkomt.

Ook het vennootschapsbelastingtarief speelt een belangrijke rol. Valt het beleggingsresultaat, rekening houdend met de totale belastbare winst van de BV, onder het tarief van 19%, dan blijft meer rendement beschikbaar voor herinvestering dan wanneer het tegen 25,8% wordt belast. Bij het hogere tarief is doorgaans een langere beleggingsduur of een hoger rendement nodig om hetzelfde nettovermogen op te bouwen.

Schulden verlagen onder voorwaarden de grondslag in box 3. Binnen de BV zijn rente en andere financieringskosten afhankelijk van de situatie fiscaal aftrekbaar. De aard en het doel van de lening bepalen mede de fiscale behandeling. Ook kunnen beleggingsverliezen binnen de BV onder voorwaarden worden verrekend met winsten uit andere jaren. In box 3 kan een negatief werkelijk rendement alleen in het betreffende belastingjaar meewegen. Verrekening met andere jaren is niet mogelijk. 

Beleggen in BV of privé: vergelijking van de belaste rendementsgrondslag.

Hoe beïnvloedt het rendement de vergelijking?

Een hoger rendement maakt beleggen binnen de BV echter niet altijd aantrekkelijker. Onder de huidige box 3-regels kan de forfaitaire berekening bij een hoog werkelijk rendement relatief gunstig uitpakken voor privébeleggingen. De verhouding tussen beide routes verloopt daarom niet noodzakelijk in een rechte lijn.

Boven het forfait telt extra rendement privé niet mee in de belaste grondslag, terwijl het in de BV volledig wordt belast.

Waarom verschilt het omslagpunt tussen beleggen in de BV en privé per situatie?

Het omslagpunt is het rendement of de beleggingsduur waarbij beleggen binnen de BV en privé ongeveer hetzelfde netto-eindvermogen oplevert. Dit punt verschilt per situatie, omdat de belastingen binnen beide routes op een ander moment en over een andere grondslag worden berekend.

Bij de berekening spelen onder meer mee:

  • de box 2-heffing bij een directe of latere dividenduitkering

  • het vennootschapsbelastingtarief dat op het beleggingsresultaat van toepassing is

  • de forfaitaire en werkelijke berekening in box 3

  • het heffingsvrije vermogen, overige bezittingen en eventuele schulden

  • het verwachte rendement, de kosten en de beleggingsduur.

Veranderen de aannames, belastingtarieven of persoonlijke omstandigheden, dan verandert ook het omslagpunt. Zeker bij een vergelijking over tien of twintig jaar is de uitkomst slechts een scenario, omdat toekomstige belastingregels niet vaststaan. Laat u daarom informeren door een fiscalist of belastingadviseur die uw volledige situatie kan meenemen.

Investeren in vastgoed: privé of via de BV?

Bij de keuze tussen vastgoed in de BV of privé is eerst van belang hoe u investeert. Er bestaat een verschil tussen het rechtstreeks kopen van vastgoed en indirect investeren via een vastgoedfonds, een vastgoedobligatie of hypothecaire lening.

Bij direct vastgoedbezit koopt u zelf een beleggingswoning, winkelruimte, kantoor of ander object. U bent dan verantwoordelijk voor onder meer de financiering, verhuur, het onderhoud en de verkoop.

Privé gehouden beleggingsvastgoed behoort doorgaans tot box 3. Voert u werkzaamheden uit die verder gaan dan normaal vermogensbeheer, dan kan het resultaat onder omstandigheden in box 1 worden belast. Dit kan bijvoorbeeld spelen bij het uitponden van een pand, het grotendeels zelf uitvoeren van groot onderhoud of het benutten van specifieke voorkennis.

Houdt de BV het vastgoed aan, dan kunnen onder meer de huurinkomsten en een eventueel verkoopresultaat tot de belastbare winst van de BV behoren. Over deze winst betaalt de BV vennootschapsbelasting. Keert de BV het vermogen later als dividend uit naar privé, dan is daarover in beginsel ook box 2-belasting verschuldigd.

Bij indirect investeren koopt en beheert u het vastgoed niet zelf. U investeert bijvoorbeeld via een vastgoedfonds, vastgoedobligatie, aandelen in een vastgoedonderneming of een hypothecaire lening. De fiscale behandeling hangt af van de juridische vorm van de investering en van de vraag of u vanuit privé of via de BV investeert.

Bij vastgoedfinanciering verstrekt u vermogen voor de financiering van vastgoed. U wordt geen mede-eigenaar van het onderliggende vastgoed en bent niet verantwoordelijk voor de verhuur, het onderhoud of het dagelijkse beheer.

Hoe werkt vastgoedfinanciering via Meerdervoort?

Of u nu vanuit privé of via de BV wilt investeren in vastgoed, via Meerdervoort kunt u vermogen verstrekken voor de financiering van geselecteerde vastgoedprojecten. U investeert daarbij niet als mede-eigenaar, maar als vastgoedfinancier.

Per vastgoedpropositie ziet u vooraf onder meer de rentevergoeding, looptijd, betalingsmomenten en afspraken over de aflossing. Ook krijgt u inzicht in het onderliggende vastgoed, de Loan-to-Value en de hypothecaire zekerheid.

  1. 01

    Investeren vanaf € 100.000

    Meerdervoort richt zich op vermogende particuliere en zakelijke investeerders. De minimale inleg verschilt per propositie, met investeringsmogelijkheden vanaf € 100.000.

  2. 02

    Hypothecaire zekerheid op het vastgoed

    Het gefinancierde vastgoed dient als onderpand voor de lening. Het hypotheekrecht wordt notarieel vastgelegd. De rang van het hypotheekrecht en de Loan-to-Value bepalen mede uw positie als vastgoedfinancier.

  3. 03

    Rentevergoeding vooraf vastgesteld

    De rentevergoeding wordt vooraf afgesproken en blijft gedurende de overeengekomen looptijd gelijk. De rente wordt volgens de voorwaarden van de propositie periodiek aan u uitgekeerd.

  4. 04

    Duidelijke looptijd en aflossingsvoorwaarden

    Vooraf is bekend hoe lang de investering loopt en welke afspraken gelden voor de aflossing. Terugbetaling vindt plaats volgens de contractuele voorwaarden en is mede afhankelijk van de financiële situatie van het vastgoedproject.

    Investeert u vanuit privé, dan behoort de vordering doorgaans tot uw vermogen in box 3. Investeert u via een BV, dan kan de ontvangen rente tot de belastbare winst van de BV behoren. Meerdervoort kan de werking en voorwaarden van de propositie toelichten, maar bepaalt niet welke fiscale route in uw situatie voordeliger is.

Waarmee kan ik u helpen?

"Heeft u een vraag over investeren of wilt u eens vrijblijvend kennismaken? Ik denk graag met u mee. Bel, app of mail mij gerust."

Behnam Shayan


Schrijf u in voor de nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen

U bent ingeschreven en ontvangt van ons een email!